Wietske van Leeuwen (1965) maakt al jaren keramische 3-dimensionale collages, oftewel assemblages. Met vormeloze klei heeft zij niets. Zij moet er eerst voorwerpen en vruchten in afgieten voordat ze aan de slag gaat. Zij verwerkt onder andere de stammen van roemers, schelpen., citroenen en paprika’s maar ook opgerold touw en de stelen van onkruid als berenklauw. De objecten, die in rijen uit de samenvoegingen en stapelingen ontstaan, zijn steevast schalen en dekselpotten. Daarmee is zij een klassieke keramiste met een heel eigen stijl.
Meestal vergelijken schrijvers haar werk met patisserie. Veelmeer zijn het pronkobjecten, tafelstukken, die als conversationpieces functioneren. Thimo te Duits