Landschappen, natuurlijke structuren en de vergankelijkheid van de natuur vormen een belangrijke inspiratiebron in haar werk. Sporen van erosie, verweerde oppervlakken en organische vormen vertalen zich in objecten waarin textuur, ritme en beweging centraal staan. Het werk beweegt zich tussen controle en loslaten, kracht en kwetsbaarheid.
Vanuit een intuïtieve en materiaal gedreven werkwijze ontstaat een voortdurende dialoog tussen maker en materiaal. Leer speelt hierin een centrale rol. Een materiaal dat reageert, vervormt, kreukt en verandert tijdens het proces. Met technieken als hitte en snijden stuurt zij het materiaal, terwijl het leer tegelijkertijd ruimte krijgt om zijn eigen vorm te vinden. Juist die onvoorspelbaarheid vormt een essentieel onderdeel van haar werk.
In haar objecten zoekt Daniëlle naar schoonheid in het onregelmatige en tastbare. Niet in perfectie, maar in sporen, lagen en details die herinneren aan iets levends. Haar werken nodigen uit om dichterbij te komen en aandachtig te kijken, zodat materiaal, vorm en gevoel langzaam zichtbaar worden.